In gesprek met: Rudy Hellewegen - Musical Reports

In gesprek met: Rudy Hellewegen

Rudy Hellwegen geniet in de musicalwereld enige bekendheid onder de professionals. In menig programmaboek kom je z’n naam tegen. Zowel onstage als backstage heeft hij de nodige werkervaring opgedaan. Rudy is de laatste jaren voornamelijk werkzaam als company- manager bij Mark Vijn theaterproducties. Momenteel werkt hij mee aan Crazy Shopping en Je Anne. Daarnaast kwam onlangs “De Musical – het boek” uit, waarvoor hij de beeldredactie deed.

Wat: Interview
Wie: Rudy Hellewegen
Wanneer: december 2010
Waar: Amsterdam
Door: Robin Streppel

 Wat voor boek is De Musical – het boek?
“’De Musical – het boek’ is uitgebracht n.a.v. een initiatief van Maurice Wijnen en de van den Ende foundation. Het is uitgebracht ter ere van 50 jaar musical in Nederland. Er wordt een blik geworpen op wat er op musicalgebied is gebeurd in die halve eeuw. In de jaren ‘60 is musical ontstaan, omdat er toen voorstellingen uit Amerika over zijn komen waaien. My fair lady is daar een voorbeeld van, we hebben daarom My fair lady ook als eikpunt gebruikt. Daarvoor waren er wel wat muziektheater producties maar destijds is de basis van de musical gelegd in Nederland. Vervolgens kwamen onder andere de musicals van Annie M.G. Schmidt en Harrie Bannink. Zo ga je in het boek door de musicalgeschiedenis van Nederland. Op het eind van het boek beland je bij de tot in de puntjes verzorgde producties, die vandaag de dag te zien zijn.” 

Hoe is het idee voor het boek ontstaan?
“In eerste instantie zouden Maxim Bezembinder en Hilde Scholten het boek schrijven, maar omdat men van mening is dat elke musical een eigen aanpak heeft is er een soort van schrijverscollectief ontstaan. Het was echt een uitdaging om die vele musicals in een aantal hoofdstukken weer te geven. We zijn op zoek gegaan naar 10 producties die als voorbeeld fungeren en representatief zijn voor het hele genre. De auteurs zijn allemaal theaterkenners. Ik ben daar vervolgens bijgevraagd als beeldredacteur, omdat ik al een aantal jaren bezig ben met theater en een enorme musicalliefhebber ben.”

– Hoe ben je als beeldredacteur te werk gegaan?
“Met z’n vijven, de schrijvers en ik, hebben we gezamenlijk het boek vormgegeven. Musical is iets waar je naar kijkt en naar luistert dus we vonden dat het evenredig moest zijn, naast de geschreven tekst ook genoeg ruimte voor beeldmateriaal. In de keuze voor beeldmateriaal heb ik rekening gehouden met diversiteit, wie staan op welke pagina, maar ook welke foto geeft een bepaalde musical of sfeerbeeld goed weer. In beeldmateriaal zie je dat in de tijd van Les Miserables een omslag heeft plaatsgevonden. Joop van den Ende wist hoe hij de mensen naar het theater moest krijgen. Joop haalde niet alleen de shows van West End en Broadway, maar ook de Amerikaanse manier van publiciteit. Hij heeft begrepen hoe het moet, op een positieve manier mensen zijn product laten ervaren. Als je nu kijkt naar het De La Mar, dat wordt neergezet met allerlei posters, vlaggen en borden binnen Amsterdam, zie je dat ook: alles wordt zorgvuldig gekozen. Ik merk dat marketing erg belangrijk is. Sommige logo’s kent men los van de naam bij welke musical het hoort. Denk daarbij aan de kattenogen van Cats.”

 Wat is volgens jou het meest gedenkwaardige moment uit die 50 jaar musicalgeschiedenis?
“Voor mij persoonlijk is dat Phantom of the Opera. Ik ben zelf een enorme musicalliefhebber en met deze productie is het voor mij begonnen. Het was zo’n goede cast en een productie uniek in zijn soort. Het was destijds een enorm grote productie. Mijn vader werkte bij Friesche Vlag en zij gingen er met een bedrijfsuitje naar toe. Mijn vader kreeg als uitzondering drie kaartjes i.p.v. twee omdat hij “een zoon heeft die van theater houdt”. Ik zat daardoor dus vlak na de première bij The Phantom. Dat terwijl tot een half jaar na de première geen kaart meer te krijgen was. Ik zat daar in de zaal en dacht: dit wil ik doen de rest van mijn leven, dit wordt mijn werk!”

 – Hoe heb je dat aangepakt? Je was toen immers nog jong?
“Ik kom niet uit een culturele familie. Ik moest het dus zelf ontdekken. Ik bezocht voorstellingen en ging na de show naar de artiesteningang. Daar maakte ik babbeltjes met acteurs en vroeg ook een handtekening, want dat hoorde er ook bij. Ik wist niet beter, maar naarmate de tijd vorderde maakte dat ruimte voor interesse. Ik vroeg me toen af: wat zou ik kunnen betekenen voor dit vak? Ik heb vervolgens een paar maanden de Hogeschool v/d Kunsten gedaan in Arnhem. Maar dat werkte helemaal niet voor mij. Op school waren het mensen die het serieuze toneel op wilden of docent wilden worden. Ik wilde naar de commerciële musical. Dat terwijl er ook zware musicals zijn, want het is niet alleen frivool. Kijk maar naar Les Miserables, Next to Normal en Passion. Iemand kan niet zeggen dat hij niet van musicals houdt. Er is zoveel diversiteit, dat zou hetzelfde zijn als iemand die zegt dat hij niet van films of van televisie houdt.”

 – Hoe leidde jouw weg via de toneelschool toch naar musical?
“Ik heb auditie gedaan voor Ivo van Leeuwen. Hij is artistiek leider van het Nederlands Musical Ensemble  in Zoetermeer. Dat was een semi-professionele musical groep waar ik me wel bij wilde aansluiten. Twee weken nadat ik begonnen was kregen we bericht dat we een tour zouden gaan doen voor Stage Entertainment over 15 jaar Nederlandse musicalgeschiedenis. Dit was Musicals in Concert, wat later een succes bleek te zijn. Samen met Henk Poort en Simone Kleinsma traden we op in allerlei theaters als een soort veredelde backing vocals, dus het hek was toen van de dam! Ik leerde mensen kennen en ik ging me verdiepen in allerlei facetten van theater. Ik wilde eigenlijk van alles wat leren. Ik heb kleedsters gevolgd, maar ook de volgspotters bijvoorbeeld. Ik ademde alles in!”

Wat theater betreft doe je veel verschillende dingen. Waarin ligt jouw kracht?
“Zo’n tour van Musicals in Concert eindigde na 200 voorstellingen in Ahoy, hoe cool is dat? Ik zag alleen dat het backstage deel van het vak mij heel erg aansprak. Dat deel is mijn kracht. Het regelen, organiseren en communiceren en overal als eerste bij zijn. Ik ben dat ook gaan onderzoeken en tijdens Musicals in Concert kreeg ik mijn eerste backstage baan. Ik werd runner bij Saturday Night Fever en Elisabeth. Het hield in dat ik dingen ging regelen voor de productie en verantwoordelijk was voor het transport daarvan. Het maakte mij niet uit wat ik moest doen, want ik wilde het graag doen voor de productie. Ik maakte deel uit van een groter geheel. Ik was er trots op dat ik een radartje was van het klokwerk van een musical.”

Waar word jij het meest gelukkig van in je werk?
“Na verloop van tijd werd duidelijk dat ik het leuk vind om met mensen om te gaan. Dit viel ook de mensen van de producties waar ik voor werkte op. Ik kreeg daarna meer klussen waarbij ik bijvoorbeeld acteurs ondersteunde. Dat vond ik leuker dat de techniek in, want mensen delen wat met je. Ik heb bijvoorbeeld Fosse als assistent companymanager gedaan en dan haalde ik Simone, Pia en Stanley thuis op en bracht ze ‘s avonds weer naar huis. Je maakt een hoop samen mee en dat is bijzonder. Ik merkte dat de functie die je dan hebt erg bepalend is voor anderen. Je bent toch degene die ervoor zorgt dat iemand lekker aan z’n werkdag kan beginnen.”

 – Wat neem je van die ervaringen mee in je functie als company-manager?
“Als companymanager ben je een beetje de spin in het web. Je zorgt ervoor dat het loopt, maar eigenlijk ben ik van mening dat een companymanager uiteindelijk niet heel veel hoeft te doen. Het geheim zit hem in de voorbereiding. Als hij het goed doet loopt het namelijk als vanzelf. Iedereen gaat dan met plezier naar het werk. Als companymanager ben ik de schakel tussen kantoor en de werkvloer. Ik denk dat het niet in schemaatjes ligt of iets loopt, maar eerder dat men weet dat ik er voor ze ben. Een veilige haven met een goede informatiestroom is belangrijk. De persoonlijke touch is belangrijk, dat mensen zich op de werkvloer thuisvoelen. Heldere informatie en duidelijkheid is ook iets wat mij aanspreekt in mijn werk. Tony Neef herinnert mij er altijd aan dat ik ooit tegen hem zei: als er veel stress en commotie is dan functioneer ik op m’n best… net zo lang tot alles is opgelost”

 Je staat ook nog regelmatig op de planken; hoe bevalt die combinatie?
“Ja klopt, af en toe sta ik nog wel eens op het toneel. Ik heb daarover regelmatig gesprekken met collega’s uit het vak. De meningen zijn nog wel eens verdeeld over dit onderwerp. Moet je dit wel doen als companymanager? Er zijn mensen die vinden van niet. Anderen waarderen het weer, want ik doe soms een understudy en daardoor wordt de werkdruk voor de cast dan weer minder. Hoe minder mensen op het toneel door bijvoorbeeld ziekte, des te harder gewerkt moet worden. Ik doe mijn werk met net zoveel liefde als ik niet op het toneel sta. Ik hoef namelijk niet zo nodig onstage. Ik vind het leuk om het probleem op te lossen en ik weet dat ik het kan. Het is ontzettend duur om een productie te cancellen, dus soms zijn dit oplossingen. Ik kan een voorbeeld noemen: Anatevka een voorstelling met diverse castleden met 40 graden koorts op de bühne. Door op zo’n moment in te springen kan ik het dan een klein stukje verlichten.”

 – Je bent binnenkort zelf ook weer op het toneel zien in Masterclass, vertel!
“Dat is inderdaad zo en nu voor het eerst dat ik daarover spreek. Ik ga een bescheiden rol spelen in dit toneelstuk. Naast de rol van Maria Gallas gespeeld door Pia Douwes en de rollen van de studenten speel ik een toneelmeester die meerdere keren langskomt. Het leuke is dat Frank van der Laeke -met wie ik samenwerkte bij Anatevka- me hiervoor vroeg. De rol is niet groot, daardoor kan ik naast meewerken op het toneel ook de functie van companymanager hiermee combineren. Dat is een combinatie die ik zelf heel erg leuk vind. Na Masterclass keer ik terug bij Mark Vijn theaterproducties waar ik companymanager word van de Producers.” 

 – Wat zijn je dromen voor de toekomst?
“Mijn werk voortzetten in het theater en dingen doen die ik leuk vind om te doen. Ik zou het leuk vinden om meer te doen in het produceren van musicals. Ik bedoel dan niet dat mijn naam als producent op de poster hoeft te staan, want ik hoef niet de nieuwe Joop van den Ende te worden. Het lijkt me interessant om een deel uit te maken van producties die ik graag in Nederland zou willen zien. Een voorbeeld is The Witches of Eastwick. Bij Musicals helpt Haïti zongen de 3 finalisten uit Op zoek naar Mary een nummer uit deze show. William en ik zeiden tegen elkaar dat het zo het theater in zou kunnen met die drie vrouwen! Voor de toekomst genoeg ambities en plannen!”

Shortlist:


Geplaatst op: 28/12/2010
Geplaatst in: > Interviews

Mogelijk ook interessant: