Spamalot: And now for something completely different…

Wat krijg je als je  een stel dappere (en minder dappere) ridders van de Ronde Tafel,  een moordlustig konijn, een diva uit een meer, vliegende koeien en de ridders die “Ni” zeggen combineert? Dan krijg je Spamalot, een meer dan absurde musical, gebaseerd op de film “Monty Python and the Holy Grail” uit 1975.

Wat: Spamalot
Wie: O.a. Ann van den broeck, Koen Van Impe, Walter Baele & Jonas van Geel
Waar: Stadschouwburg, Antwerpen (Vlaanderen)
Wanneer: 6 maart 2011 (première)
Door: Neeltje Knaap

Toen de BBC in 1969 voor het eerst The Flying Circus uitzond, een absurdistisch programma van een komediantencollectief dat zich Monty Python noemde, was dat op z’n zachts gezegd controversieel. De zes mannen uit dit collectief: Graham Chapman, John Cleese, Terry Gilliam, Eric Idle, Terry Jones en Michael Palin, schopten heilige huisjes zonder genade omver, en stoorden zich totaal niet aan de afwezigheid van een plot of clou. Een revolutie werd ontketend in Groot-Brittannië, en het duurde niet lang voor dit succes zich als een olievlek over Europa had verspreid. Vijf films werden er gemaakt, waaronder “Monty Python and the Holy Grail” in 1975. In 2005 verscheen Spamalot, de eerste musicalversie van deze film op Broadway, die meteen drie Tony Awards in de wacht sleepte. Op 6 maart ging de Vlaamse versie hiervan in première, en op 14 april volgt de Nederlandse première.

Spamalot vertelt het verhaal van Koning Arthur (Koen van Impe) en zijn zoektocht naar de Heilige Graal. Niet zoals het in de geschiedenisboeken beschreven staat, maar –volledig volgens de traditie van Monty Python- nu een keer hoe het écht heeft plaatsgevonden. Samen met zijn “paard” Patsy, (zijn bediende die door twee halve kokosnoten tegen elkaar te klepperen het geluid van een paard nadoet) moet hij hiervoor eerst op zoek naar een stel ridders -de één wat heldhaftiger dan de ander- die hem kunnen helpen op zijn queeste. En dan is er nog de Dame van het Meer, met verve gespeeld door Ann van den Broeck. Helaas heeft deze diva haar aandeel in het stuk wat overschat. Halverwege de tweede helft vraagt ze zich ook hardop af wat er in vredesnaam met haar rol is gebeurd.

Ze maken heel wat mee onderweg. Zo krijgen ze te maken met de Ridders van “Ni”, die de hele tijd “Ni” roepen en de doorgang door het bos belemmeren. Om te passeren, moet het gezelschap betalen met een buxushaag. Ook komen ze bij een Frans kasteel, dat ze proberen te belegeren door middel van een soort groot houten konijn van Troje. Helaas vergeten ze er zelf in te gaan zitten. En zoals het hoort bij een verhaal over ridders, moet er iemand gered worden die hoog in een toren opgesloten zit. Deze eer komt toe aan de dappere Lancelot (Walter Baele), die dan ook erg teleurgesteld is als blijkt dat het geen prinses is, maar Herbert, een prins die het liefste de hele dag zingt en danst.

Gedurende de hele show wordt de draak gestoken met het fenomeen musical. Vooral de grootschalige Broadwayprodukties moeten er flink aan geloven. Er zitten veel verwijzingen in naar liedjes en beroemde stukken (bijvoorbeeld de scène met de boot uit The Phantom), maar ook naar (Vlaamse) tv-programma’s en personalities en het huidige politieke klimaat. Ook in middeleeuwen hadden ze al showballet en konden ze tapdansen, en wisten ze al dat geen enkele show zal slagen zonder sterren van tv. De aankleding en het decor completeren het geheel, in een geniale combinatie van Middeleeuwen en showbizz.

Enige voorkennis van het fenomeen Monty Python is wenselijk bij het zien van deze show. De humor is heel typisch, bij vlagen vreselijk flauw en vaak is er geen touw aan vast te knopen. Juist in het flauwe zit hem hier de kracht. Hoewel er nooit enige pretentie is geweest om het ergens op te laten slaan, is het geheel op een zeer intelligente manier gemaakt. De spelers zijn in deze Vlaamse versie bijzonder goed op elkaar ingespeeld en weten de Monty Python-spirit zeer goed over te brengen, hoewel het af en toe voor Nederlanders minder goed te verstaan was vanwege de verscheidenheid aan Vlaamse accenten. Ga je naar de voorstelling met het idee dat je een gestructureerde voorstelling te zien krijgt zoals je die wellicht gewend bent, dan kom je bedrogen uit. Laat je dat los, en ben je in staat je over te geven aan de hilarische absurditeit, dan heb je gewoon een hele leuke avond.

Vanaf half april is de Nederlandse versie in de theaters te zien, met onder andere Paul Groot, Owen Schumacher, Linda Wagemakers, Pepijn Gunneweg en Johnny Kraaijkamp.

Klik op een foto om te vergroten.

Reageren (nog geen reacties)

Naam:


E-Mail: (Is niet zichtbaar voor andere lezers)