Het nieuwe theaterpubliek

Mij verheugend op wat hopelijk een leuk middagje in het theater wordt, loop ik met mijn vrienden de foyer van Carré binnen. Na een kort oponthoud zoeken wij onze plaatsen op en zitten nog wat te kletsen voor het spektakel begint. Na enige tijd komen er drie grote jongens aangelopen. Ik schat ze tussen de 25 en 35, maar de term ‘mannen’ behoort hen niet toe. Nadat de verwarring rondom de juiste stoelen is opgelost ploffen de ‘jongens’ neer op de rij voor ons.

Dan worden de grote kroonluchters opgehesen, het licht gaat uit en de zaal wordt –grotendeels- stil. Tijdens de eerste scènes word ik regelmatig gestoord door een irritant lichtje in mijn rechterooghoek. Bij nadere inspectie blijkt dat licht afkomstig te zijn van een mobiele telefoon op de rij voor me. Inderdaad: één van de jongens zit gewoon te sms’en. Ik ben stomverbaasd, maar probeer er niet op te letten en me te concentreren op wat er op het toneel gebeurt. Na zes sms’jes ben ik er echter klaar mee. Hoe moeilijk is het om gewoon je telefoon uit te zetten? Je gaat toch niet naar het theater om de halve voorstelling te zitten sms’en? Blijf dan thuis. Ik besluit daarom mijn vriendelijkste glimlach op te zetten en op aardige doch doordringende toon te vragen of hij zo sociaal wil zijn om zijn telefoon in zijn zak te houden, omdat het verdraaid irritant is dat hij steeds zit te sms’en omdat ik dan telkens zo’n verlicht schermpje zie bewegen en daardoor de voorstelling niet kan volgen. Maar dan in normale (lees: vriendelijkere) bewoordingen uiteraard. Ik ben altijd een beetje bang om dat soort dingen tegen mensen te zeggen, want voor je het weet heb je een mes tussen je ribben. Of je ligt opeens drie balkons lager op schoot bij een wildvreemde. Bij wijze van spreken natuurlijk. Maar het valt mee: de jongen verontschuldigt zich en stopt meteen zijn telefoon weg. De rest van de voorstelling heb ik hem niet meer gezien. Dat is fijn, mijn dank is oneindig.

Het is inmiddels enkele weken geleden dat ik het bovenstaande meemaakte. Helaas maak ik steeds regelmatiger vergelijkbare situaties mee. En ik begrijp het niet. Kan iemand me uitleggen waar deze asociale theatertendens vandaan komt? Het is niet alleen het sms’en, want ook tijdens deze zelfde voorstelling werd ik halverwege de tweede akte afgeleid doordat er een aantal kinderen rondjes aan het rennen was (ja, heus!) op het lege deel van het balkon. Waar waren die ouders? En vooral: waarom zeiden zij nergens iets van? Of nog iets anders waar ik me maar al te vaak aan stoor: mensen die jou moeten passeren om bij de aan hen toegewezen plaatsen te komen (logisch natuurlijk, en op zich ook geen probleem), die niet lijken te weten hoe je op een normale manier kunt vragen of ze er langs mogen. De een overtreft de ander: staan ze je niet nijdig aan te kijken omdat je niet uit jezelf binnen twee seconden opspringt en met duizend excuses plaatsmaakt voor mijnheer of mevrouw, dan wurmen ze zich wel zonder een enkel woord of een enkele blik tussen jouw knieën en de rij stoelen voor je door. Met alle gevolgen van dien. Wat is er mis met ‘pardon’, ‘sorry’ of gewoon heel ouderwets: “Mag ik er even langs?”

Misschien ligt het wel aan mij dat ik denk dat mensen zich steeds asocialer lijken te gedragen, maar misschien ook niet. In het laatste geval wil ik graag nog even zeggen: als die voorstelling je toch niet interesseert, blijf dan thuis. Dan kunnen ik en andere echte theaterliefhebbers ongestoord genieten van de voorstelling, en bovendien scheelt het u waarschijnlijk bakken met geld.

Een fijne voorstelling gewenst!

Saskia Ebbing.

Geschreven op: 10 april 2010
Gepubliceerd op: 15 juli 2010

Mogelijk ook interessant...

COOKIES: Musical Reports maakt gebruik van cookies om uw website ervaring te optimaliseren. Het niet accepteren van cookies kan resulteren in een onjuiste weergave van deze website of het niet functioneren van verschillende functies.

Klik hier voor meer informatie: Privacy & Cookies